Autorijders in Nederland kunnen weer hogere prijzen bij het tankstation tegemoetzien. In Den Haag lopen gesprekken over het belastingpakket voor 2027, waarbij ook de heffing op benzine en diesel op tafel ligt.
Voor miljoenen mensen die dagelijks op hun auto leunen, kan de uitkomst flink doorwerken in de portemonnee.
Lukt het de politiek niet om knopen door te hakken, dan ligt een nieuwe prijsstijging aan de pomp op de loer.
Brandstofprijzen weer onderwerp van debat
Voor veel bestuurders zijn de brandstofkosten al jaren een bron van ergernis.
Een fors stuk van wat je bij de pomp afrekent, is belasting. Bovenop de btw betaal je accijns op benzine en diesel.
De laatste jaren is die accijns tijdelijk omlaag gegaan om de pijn van de hoge energieprijzen te dempen.
Maar die korting is niet per se blijvend.
Daarom moet de politiek bepalen wat er in 2027 met de accijns gebeurt.
Als die tijdelijke verlaging afloopt, betaal je mogelijk weer meer per liter.

Onderhandelingen over het belastingplan verlopen stroef
Volgens De Telegraaf wordt er achter de schermen druk gepolderd over het pakket.
Allerlei politieke belangen lopen daarbij door elkaar.
Sommige partijen willen voorkomen dat jij als automobilist wéér extra kwijt bent.
Anderen benadrukken wat het de schatkist kost als kortingen worden doorgetrokken.
Minder accijns is immers minder geld voor de staat.
Dat geld is nodig om uitgaven van de overheid te betalen.
Kabinet en Kamer moeten dus kiezen wat betaalbaar is en waar eventuele gaten worden gedicht.
Wat betekent dit voor je portemonnee?
Zelfs een kleine prijsstijging per liter kan over een jaar flink aantikken.
Stel: je tankt maandelijks 100 liter benzine.
Gaat de prijs door een belastingaanpassing met 10 cent per liter omhoog, dan kost dat:
- € 10 meer per maand.
- € 120 meer per jaar.
Bij 20 cent per liter praat je over € 240 per jaar.
Dit zijn slechts sommetjes, geen definitieve prijsstijgingen voor 2027.
Wat je echt gaat betalen hangt af van de uiteindelijke accijns én hoe de brandstofprijzen zich ontwikkelen.
Vooral forenzen gaan het merken
Minder autorijden is voor lang niet iedereen een optie.
Voor dagelijks woon-werkverkeer is de auto soms onmisbaar.
Zeker in dorpen en kleinere gemeenten waar het ov beperkt is.
Ook zzp’ers, vertegenwoordigers en iedereen die veel voor werk op pad is, merkt extra brandstofkosten.
Huishoudens met twee auto’s zien de rekening nog sneller stijgen.
Tegelijkertijd draait de discussie ook om de vraag: hoe betalen we de omslag naar schoner vervoer?
Partijen verschillen daarbij van mening over de rol van belastingen op fossiele brandstoffen.
Is een hogere benzineprijs al een feit?
Nee. De onderhandelingen zijn nog niet afgerond.
Dus het is te vroeg om te zeggen hoeveel benzine en diesel in 2027 door belastingen duurder uitvallen.
Daarnaast spelen olieprijzen, wisselkoersen en de marges van pomphouders mee in de uiteindelijke prijs.
Accijns is dus maar één van de knoppen.
Wel is duidelijk: brandstofkosten staan weer stevig op de politieke agenda.
Wat kun je de komende tijd verwachten?
Binnenkort moet duidelijk worden welke afspraken er in het belastingplan belanden.
Dan wordt ook duidelijk of de tijdelijke accijnsverlaging (deels) blijft bestaan.
Ook komt er duidelijkheid over hoe eventuele maatregelen worden betaald.
Tot er knopen zijn doorgehakt, blijft het onduidelijk wat je in 2027 precies afrekent.
Rij je dagelijks, dan is dit iets om scherp te volgen.
Wat vind jij? Moet de overheid de accijns laag houden om autorijden betaalbaar te houden, of zijn die extra belastinginkomsten juist nodig?



