Grote windparken op de Noordzee moeten ons van schone stroom voorzien. Toch kwam een studie in opdracht van het ministerie van Economische Zaken met een onverwachte uitkomst: de onderzochte windparken bleken maatschappelijk niet rendabel.
Volgens de berekeningen lagen de kosten fors boven de opbrengsten. Het maatschappelijke tekort kwam zelfs uit op ruim 5 miljard euro.
En dat terwijl die turbines er juist zijn om het milieu te ontzien.
Uit het onderzoek bleek namelijk dat extra windprojecten, door Europese afspraken, nauwelijks extra CO₂-winst opleverden. De uitstootrechten die Nederlandse centrales niet gebruikten, konden elders in Europa alsnog worden ingezet.
Zo ontstond een gekke situatie: Nederland pompte miljarden in windenergie, terwijl de totale Europese uitstoot binnen het toenmalige systeem amper veranderde.
Ruim 5 miljard euro meer kosten dan baten
De studie, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Economische Zaken, keek naar de maatschappelijke kosten en baten van wind op zee.
Daarbij ging het niet alleen om aanleg en onderhoud van de windparken,
maar ook om effecten op milieu, gezondheid en de betrouwbaarheid van de stroomvoorziening.
De uitkomst was opvallend.
Volgens de berekeningen waren de totale maatschappelijke kosten meer dan 5 miljard euro hoger dan de baten.
Dat is geen directe rekening van 5 miljard voor de staat, maar het berekende negatieve saldo van de onderzochte projecten.
Zelfs als je de windmolens dichter bij de kust zou plaatsen, bleef er nog steeds een nadeel van ongeveer 4,8 miljard euro over.
Kortom: de doorrekening liet zien dat de plannen maatschappelijk te weinig opleverden om de kosten te dekken.
Nauwelijks milieuwinst door Europese regels
Een van de opmerkelijkste bevindingen ging over de CO₂-uitstoot.
Windturbines maken stroom zonder tijdens het draaien fossiele brandstoffen te verbranden,
waardoor kolen- en gascentrales minder hoeven te produceren.
Maar volgens de onderzoekers zat het probleem in het Europese systeem voor uitstootrechten.
Energiebedrijven moeten hiervoor rechten hebben om CO₂ te mogen uitstoten.
Als Nederlandse centrales dankzij extra windstroom minder uitstoten, kunnen die overgebleven rechten elders in Europa worden opgebruikt.
Daardoor daalt de totale toegestane uitstoot in het systeem niet automatisch.
Met andere woorden: Nederland kon miljarden investeren in wind, zonder dat dit volgens de toenmalige rekenregels leidde tot een even grote daling van de Europese CO₂-uitstoot.
CPB bevestigde opmerkelijke conclusie
Ook het Centraal Planbureau wees op de beperkte extra klimaatwinst.
De onderzoekers benadrukten dat het Europese emissiehandelssysteem zwaar meeweegt in de maatschappelijke opbrengsten van wind op zee.
Als de totale uitstoot door Europese afspraken niet omlaag gaat, valt een belangrijk deel van de verwachte klimaatwinst weg.
En juist die klimaatwinst is een van de hoofdredenen om grote windparken te bouwen.
Daardoor werd het lastiger om de hoge investeringen maatschappelijk te verantwoorden.
Het onderzoek zei dus niet dat windmolens geen stroom leveren, maar wel dat de doorgerekende plannen te weinig maatschappelijke baten opleverden in verhouding tot de kosten.
Ook dichter bij de kust bleef het verlies enorm
Het kabinet wilde de parken dichter bij de kust neerzetten,
omdat de aanleg dan goedkoper zou worden.
De afstand tot land is namelijk een grote kostenpost bij wind op zee:
hoe verder weg, hoe langer de kabels en hoe complexer het onderhoud en vervoer.
Door dichter bij de kust te bouwen, kun je die kosten deels drukken.
Maar volgens de cijfers veranderde dat weinig aan de kernconclusie.
Het negatieve saldo ging van ruim 5 miljard naar ongeveer 4,8 miljard euro.
Ook die variant kwam maatschappelijk niet positief uit de bus.
Jaarlijks ongeveer 1 miljard euro subsidie nodig
Naast de negatieve maatschappelijke balans waren er zorgen over de benodigde subsidies.
Volgens de toenmalige ramingen was er jaarlijks zo’n 1 miljard euro aan subsidie nodig voor de geplande parken.
Omgerekend is dat ongeveer 120 euro per huishouden per jaar.
Dat laat zien hoe afhankelijk de projecten waren van financiële steun.
Het kabinet verwachtte dat de kosten van windenergie flink zouden dalen.
Maar CPB-onderzoekers vonden die aannames te rooskleurig.
Zij waarschuwden dat de projecten duurder konden uitpakken dan gedacht.
Als de kosten hoger zouden worden of de stroomopbrengst tegenviel, liep het maatschappelijke nadeel nog verder op.

Minister wilde ondanks kritiek doorgaan
De toenmalige minister van Economische Zaken, Henk Kamp, gaf toe dat het Europese systeem van uitstootrechten aan verbetering toe was.
Toch wilde hij verder met wind op zee.
Volgens hem moest Nederland investeren in duurzame energie om op termijn minder afhankelijk te worden van fossiele brandstoffen.
Hij verwachtte bovendien dat de aanlegkosten van windparken zouden dalen.
De onderzoekers waren daar een stuk minder zeker van.
Zo ontstond de discussie of je miljarden moet steken in projecten waarbij de maatschappelijke kosten hoger uitvallen dan de baten.
Wie betaalt uiteindelijk de rekening?
Als grote energieprojecten niet rendabel zijn, rijst de vraag wie de klap opvangt.
Subsidies worden uit publieke middelen betaald. Ook kabels, netaansluitingen en andere infrastructuur kosten geld.
Iemand moet dat financieren.
Dat kan via de overheid, via energiebedrijven, of via tarieven die je als stroomgebruiker terugziet.
Het negatieve saldo van ruim 5 miljard euro betekent niet dat elk huishouden direct een deel daarvan betaalt.
Wel liet de studie zien dat de plannen als geheel meer maatschappelijke kosten veroorzaakten dan ze opleverden.
Milieuwinst blijkt niet vanzelfsprekend
De studie maakt duidelijk dat windmolens bouwen niet automatisch betekent dat de maatschappelijke baten zwaarder wegen dan de kosten.
Het gaat niet alleen om hoeveel stroom een park levert,
maar ook om subsidies, aanlegkosten, milieueffecten en de daadwerkelijke reductie van uitstoot.
In de doorgerekende plannen bleken die baten te mager.
Vooral de beperkte extra CO₂-winst door het Europese emissiehandelssysteem drukte de uitkomst.
De belangrijkste les: duurzame stroom is niet per definitie gelijk aan een maatschappelijk rendabel project.
Miljarden investeren zonder voldoende rendement
De bevindingen waren scherp.
De onderzochte windparken zouden meer dan 5 miljard euro meer kosten dan ze opleveren.
Een alternatief dichter bij de kust verkleinde dat tekort slechts tot ongeveer 4,8 miljard euro.
Bovendien werd een groot deel van de verwachte milieuwinst getemperd door de Europese regels rond uitstootrechten.
De studie liet zo zien dat de plannen, ondanks hun duurzame doel, maatschappelijk niet rendabel waren.
Dat roept een belangrijke vraag op over hoe je publieke middelen inzet.
Als er miljarden in energieprojecten gaan, mag je verwachten dat de maatschappelijke opbrengsten opwegen tegen de kosten.
Wat vind jij? Moet de overheid blijven investeren in windparken als uit onderzoeken blijkt dat de kosten hoger zijn dan de baten? Laat het weten in de reacties!



