Al wekenlang kampt Frankrijk met felle onlusten, brandstichtingen en plunderingen. Beelden van laaiende vlammen en confrontaties tussen jongeren en agenten zorgen voor veel ongerustheid.
Toch, zegt de Vlaamse schrijfster en oud-correspondent in Frankrijk Mia Doornaert, wordt er te weinig gesproken over wat volgens haar de echte kern van het probleem is.
In de talkshow WNL Op Zondag deed ze een paar scherpe uitspraken over de politieke verhoudingen in Frankrijk.
Doornaert ziet een riskante wisselwerking tussen radicaal-links en islamitische stromingen. Daarbij wijst ze vooral naar één politicus: Jean-Luc Mélenchon.
Ze vindt hem zelfs gevaarlijker dan Marine Le Pen.
Ruim 1300 arrestaties en tientallen gewonde agenten
De voorbije weken werd Frankrijk opnieuw opgeschrikt door grootschalige ongeregeldheden.
Volgens de berichtgeving zijn er zaterdag 1314 mensen opgepakt tijdens de demonstraties.
Ook raakten 53 politieagenten gewond en werden 24 winkels leeggeroofd.
Historische panden liepen eveneens schade op.
Doornaert noemt onder meer het oude stadhuis van Limoges en een monumentaal gebouw aan de Place Bellecour in Lyon.
Volgens haar tonen de vernielingen aan dat het om meer gaat dan gewone politieke protesten.
Ze maakt zich vooral zorgen over de impact op de Franse samenleving.
‘Niet Marine Le Pen is de gevaarlijkste’
In het politieke debat ligt de focus vaak op Marine Le Pen en haar radicaal-rechtse partij Rassemblement National.
Maar volgens Doornaert komt de grootste dreiging op dit moment uit een andere hoek.
Ze doelt op Jean-Luc Mélenchon, de 75-jarige voorman van de radicaal-linkse beweging La France Insoumise.
Volgens haar benut Mélenchon het ongenoegen onder jongeren met een migratieachtergrond om zijn eigen positie te versterken.
Ze beschuldigt hem ervan jongeren tegen de Franse samenleving op te zetten.
Dat is een forse aantijging.
Doornaert ziet het als een strategie om nieuwe kiezers te winnen, vooral in de banlieues van de grote steden.
Wat bedoelt Doornaert met het ‘monsterverbond’?
Een opvallend punt van Doornaert is wat zij omschrijft als een samenwerking tussen uiterst linkse bewegingen en islamitische groepen.
Volgens haar staan die stromingen op cruciale thema’s vaak lijnrecht tegenover elkaar.
Zo verdedigt radicaal-links doorgaans individuele vrijheden, inclusief rechten voor homoseksuelen en andere minderheden.
Conservatief-islamitische opvattingen kunnen daar volgens haar sterk van afwijken.
Toch ziet ze een gedeeld belang.
Doornaert stelt dat deze bewegingen elkaar vinden in hun kritiek op de Verenigde Staten, Israël en bredere westerse machtsstructuren.
Ze spreekt daarom van een politiek verbond dat volgens haar riskante gevolgen kan hebben.
Het gaat om haar analyse; hiermee is niet aangetoond dat er één georganiseerde kracht achter de Franse rellen zit.
Jongeren met migratieroots centraal in het debat
Doornaert richt haar pijlen vooral op hoe Mélenchon volgens haar jongeren in de buitenwijken aanspreekt.
Veel van hen zijn in Frankrijk geboren en behoren tot de tweede, derde of vierde generatie met een migratieachtergrond.
Volgens haar worden bestaande gevoelens van achterstelling en woede politiek verder aangewakkerd.
Ze vreest dat de kloof tussen delen van deze jongeren en de Franse staat daardoor groter wordt.
In de banlieues spelen al jaren spanningen rond politieoptreden, werkloosheid, discriminatie en ongelijke kansen.
Die factoren wegen zwaar in het maatschappelijke debat.
Toch vindt Doornaert dat deze verklaringen niet volstaan om het extreme geweld en de vernielingen te verklaren.
Mélenchon wijst verantwoordelijkheid voor de rellen af
De beschuldigingen aan het adres van Mélenchon passen in een bredere politieke strijd in Frankrijk.
Ook andere politici hebben hem en zijn partij verweten met felle uitspraken de spanningen op te drijven.
Mélenchon verwerpt die verantwoordelijkheid.
Volgens hem liggen de oorzaken juist bij diepgewortelde sociale problemen die opeenvolgende regeringen hebben laten liggen.
Zijn beweging La France Insoumise zegt te staan voor vreedzame politieke mobilisatie.
Voormalig president François Hollande waarschuwde bovendien dat het te simpel is om één politicus de schuld te geven van de rellen.
Zo staan twee verklaringen lijnrecht tegenover elkaar: aan de ene kant politieke opruiing, aan de andere kant structurele maatschappelijke problemen.

Frankrijk op weg naar cruciale verkiezingen
De uitspraken vallen op een gevoelig moment.
In april 2027 kiest Frankrijk een nieuwe president.
Mélenchon is een sleutelfiguur op de radicaal-linkse flank, terwijl Marine Le Pen en haar partij eveneens een stevige positie innemen.
Thema’s als migratie, veiligheid en nationale identiteit blijven naar verwachting bovenaan de agenda staan.
Doornaert vreest dat de huidige onrust de verhoudingen verder verhardt.
Ze waarschuwt dat politici moeten uitkijken met retoriek die groepen lijnrecht tegenover elkaar zet.
Ook in Nederland een herkenbaar debat
Wat er in Frankrijk gebeurt, raakt onderwerpen die in Nederland ook vaak terugkomen.
Denk aan integratie, de rolverdeling tussen religie en politiek, veiligheid op straat en de invloed van partijen op maatschappelijke spanningen.
Toch kun je Frankrijk niet één op één met Nederland vergelijken.
De politieke systemen, sociale context en historische achtergronden verschillen flink.
Wel laten de ontwikkelingen zien hoe lastig het is om maatschappelijke onvrede, politieke protesten en gewelddadige rellen van elkaar te scheiden.
Is Frankrijk nu meer verdeeld dan ooit?
Voor Doornaert is duidelijk dat de politiek een gevaarlijk pad opgaat zodra spanningen in de samenleving worden gebruikt om tegenstellingen aan te wakkeren.
Zij ziet Mélenchon daarbij als een spilfiguur.
Critici van die visie benadrukken dat de oorzaken complexer zijn en niet kunnen worden teruggebracht tot één politicus of één groep.
Intussen worstelt Frankrijk met de nasleep van het geweld.
De schade, de arrestaties en de gewonde agenten laten zien hoe ernstig de situatie is.
Wat vind jij? Heeft Mia Doornaert gelijk dat politieke partijen de spanningen in Frankrijk opstoken, of liggen de oorzaken vooral bij ongelijkheid en integratie?



