Slechts 4 gezien — kun jij alle 9 gezichten vinden in 15 seconden?

De eerste blik is lang niet altijd te vertrouwen

Zodra ik een plaatje zie, trekt mijn brein razendsnel een conclusie. Lekker efficiënt, maar daardoor is het lastig om daarna nog anders te kijken. Vaak heb ik iemand nodig die me op één minuscuul detail wijst; dan kantelt mijn blik en zie ik opeens een totaal ander beeld.

Dat overkomt me overal: van turen naar een vogeltje dat iedereen behalve ik al heeft ontdekt, tot staren naar simpele optische illusies. Ken je die beroemde tekening waarbij je óf een jonge vrouw ziet, óf een bejaarde dame? Ik bleef eerst koppig hangen bij de jonge verschijning, en pas na een flinke tijd sprong de oudere vrouw in beeld.

Van twee illusies naar negen gezichten

Als twee verstopte figuren me al zo op het verkeerde been zetten, kun je je voorstellen hoe het ging met het werk van de Mexicaanse surrealist Octavio Ocampo. In zijn schilderij The General’s Family zitten niet twee, niet drie, maar negen gezichten verscholen. In eerste instantie lijkt het een statig profiel van een oudere man. Maar zodra je inzoomt op de details, ontvouwt zich een hele stoet gezichten in de scène.

Start met de vier makkelijke treffers

Het midden is het meest dankbare vertrekpunt. Daar staat de grote profielkop van de oudere heer — noem ‘m voor het gemak “de generaal”. Binnen die contouren heeft Ocampo slimme miniaturen ingeweven. De lijnen van zijn gelaat vormen een tweede, eveneens oudere man. Iets daaronder, of net ernaast, herken je een jonge vrouw met een baby in haar armen. Reken je die samen met de generaal zelf, dan zit je al op vier. En als je ze eenmaal ziet, springen ze daarna steeds sneller op en neer in je blik.

Dieper zoeken in de achtergrond

De overige vijf vragen wat meer vasthoudendheid. Laat je ogen dwalen naar de architectuur erachter, vooral rondom de boog. Aan de rechterzijde daarvan zit een subtiel gezicht verstopt; de omtrek mengt zich met steen en schaduw. Het is geen recht-voor-je-raapportret, dus let op profielen, halve kinnen en randen die door licht-donkercontrasten ontstaan.

Links naast de boog: drie koppen op een kluitje

De linkerkant van de boog is een kleine goudmijn. Daar zitten drie gezichten dicht op elkaar. Twee daarvan zijn duidelijke profielen, bijna alsof ze in de steen gehouwen zijn. Daartussen, iets centraler in dat linkervak, schuilt een frontaal gezicht dat pas verschijnt zodra je de schaduwen als oogkassen leest en een decoratieve lijn als neusbrug. Tel je deze drie bij de eerdere vondsten op, dan haal je de magische negen.

Neem je de hond ook mee in de telling?

Er is nog een speels extraatje. Sommige kijkers tellen ook de hond die ergens in de compositie rondsnuffelt. Doe je dat, dan kom je royaal uit op tien “gezichten” — al is dat natuurlijk een beetje smokkelen. Het blijft leuk om te merken hoe Ocampo met vormen speelt, waardoor je steeds denkt: hé, dat lijkt óók een snuit… of is het toch gewoon steen en schaduw?

Waarom je hoofd hier zo mee worstelt

Dit is een schoolvoorbeeld van patroonherkenning. Zodra je brein één lezing vastklikt — bijvoorbeeld het waardige profiel van de generaal — filter je onbewust andere signalen weg. Maar heb je één verborgen gezicht eenmaal gevonden, dan herordent je hoofd de rest van de lijnen en duiken er plotseling meer figuren op. Net als bij die bekende dubbelbeelden: verander je “leesrichting”, dan komen er nieuwe lagen vrij.

En, heb jij ze alle negen gevonden?

Kwam jij tot alle negen, of bleef je steken op een handvol? Probeer anders eens van veraf te kijken en daarna weer van heel dichtbij. Kantel desnoods je scherm of je hoofd; een kleine hoekverandering kan een profielrand ineens laten klikken. Extra leuk: kijk samen met iemand anders en vergelijk wat jullie als eerste spotten. Grote kans dat jullie allebei iets missen wat de ander meteen ziet.