Een som van maar liefst 32.250 euro. Zoveel moet de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) volgens een opvallende brief overmaken aan een asielzoeker. Niet omdat er sprake was van letselschade of iets dergelijks, maar puur omdat de dienst véél te laat een besluit nam over een asielaanvraag.
Die brief laat zien hoe snel de kosten oplopen zodra de IND wettelijke én door de rechter opgelegde termijnen overschrijdt. En het bleef niet bij één gemiste deadline: de rechter moest meerdere keren ingrijpen.
Asielzoeker krijgt verblijfsvergunning én €32.250
In het document staat dat de betrokkene officieel als vluchteling is erkend. De aanvraag is toegewezen en er komt een verblijfsvergunning.
Maar verderop valt nog iets op.
Onder het kopje ‘U krijgt een rechterlijke dwangsom uitbetaald’ staat dat de IND in totaal 32.250 euro moet betalen vanwege te late beslissingen.
Dat totaal bestaat uit twee afzonderlijke rechterlijke dwangsommen.
Eerste rechterlijke dwangsom: €7.500
In 2024 ging het al mis.
Op 1 november 2024 stapte de asielzoeker naar de rechter omdat er nog steeds geen besluit lag.
Op 9 december 2024 kreeg de asielzoeker gelijk. De IND moest binnen zestien weken alsnog beslissen.
Daarbij legde de rechter een dwangsom op van 100 euro per dag, met een maximum van 7.500 euro.
Ook die nieuwe termijn werd niet gehaald.
Op 31 maart 2025 was de klok verlopen. Daardoor moest de IND het maximale bedrag van 7.500 euro betalen.
En daarmee was het nog niet klaar.
Tweede keer naar de rechter: nog eens €24.750
Omdat er ondanks het eerdere vonnis nog steeds geen besluit lag, volgde opnieuw een rechtszaak.
Op 29 december 2025 werd ook dit beroep gegrond verklaard.
Ditmaal kreeg de IND acht weken om eindelijk te beslissen.
De financiële prikkel werd bovendien zwaarder: 250 euro per dag, met een maximum van 37.500 euro.
Ook deze termijn verstreek zonder besluit.
Volgens de brief liep de tweede dwangsom daardoor op tot 24.750 euro.
Het totaal kwam daarmee uit op:
€7.500 + €24.750 = €32.250.
IND moet bedrag uitbetalen
De brief legt ook uit hoe de betaling verloopt.
Bij het besluit zit een declaratieformulier. Zodra de asielzoeker dat ingevuld terugstuurt, maakt de IND de dwangsommen over.
Meestal gebeurt dat binnen zes weken na ontvangst van het formulier, al kan het bij drukte uitlopen.
Het is dus geen papieren rekensom: in het document staat expliciet dat de betrokkene recht heeft op uitbetaling van dit bedrag.
Of het geld al is gestort, blijkt niet uit de gedeelde brief.
Wordt een asielaanvraag in NL niet op tijd afgehandeld, dan krijgt een #asielzoeker €32.500,- aan zogeheten dwangsommen gestort. Aardig bedrag waar een Nederlander vaak jaren voor moet sparen!
Welke #overheid-ambtenaar heeft ooit bedacht dat dit oké is? 😠 https://t.co/yqWdcZMjzv
— Nicky (@nickynicky78) 6 oktober 2026
Waarom moet de IND zoveel geld betalen?
Die bedragen zijn rechterlijke dwangsommen.
Als de IND niet binnen de geldende termijn beslist, kan je onder bepaalde voorwaarden naar de rechter stappen.
De rechter kan de IND dan verplichten binnen een vastgestelde periode een besluit te nemen. Gebeurt dat alsnog niet, dan verbeurt de dienst een dwangsom.
Zo’n regeling is bedoeld om te voorkomen dat je eindeloos moet wachten op een besluit van de overheid.
Maar als een overheidsdienst structureel moeite heeft met deadlines halen, kunnen de kosten flink oplopen.
Uiteindelijk draait de overheid voor die rekening op.
IND wil zelf ook van dwangsommen af
Opvallend genoeg is de IND zelf ook kritisch op dit systeem.
De dienst heeft eerder aangegeven dat dwangsomprocedures veel tijd, geld en capaciteit opslokken.
Volgens de IND zorgen deze procedures er niet voor dat asielaanvragen sneller worden afgehandeld. Medewerkers zijn dan tijd kwijt aan juridische trajecten, terwijl die tijd beter in het behandelen van aanvragen kan gaan zitten.
In april 2025 is de bestuurlijke dwangsom afgeschaft. De rechterlijke dwangsom, zoals in deze zaak, bleef wel bestaan.
Sindsdien heeft de IND opnieuw gepleit voor het schrappen van die rechterlijke dwangsommen.
Moeten deze dwangsommen worden afgeschaft?
Deze brief wakkert een al langer lopende discussie aan.
Voorstanders van afschaffing wijzen op de kosten voor de overheid. Geld dat naar dwangsommen gaat vanwege te late beslissingen kan niet worden ingezet voor extra personeel of voor het wegwerken van achterstanden.
Tegenstanders benadrukken juist dat de overheid zich aan haar eigen regels moet houden. Zonder financiële druk zou er minder prikkel zijn om op tijd te beslissen.
Bovendien zitten asielzoekers soms lang in onzekerheid over hun toekomst. Een rechterlijke dwangsom dwingt een dienst tot actie als zelfs een door de rechter gestelde termijn niet wordt gehaald.
De kernvraag blijft: hoe zorg je ervoor dat aanvragen sneller worden behandeld, zonder steeds dure rechtszaken nodig te hebben?
Eén brief, een bedrag van ruim 32.000 euro
Wat deze zaak zo tastbaar maakt, is hoe concreet de financiële impact zichtbaar wordt.
De eerste gemiste rechterlijke deadline kostte 7.500 euro. De tweede overschrijding tikte nog eens 24.750 euro aan.
Samen is dat 32.250 euro voor één dossier.
Het document laat daarmee zien waarom de discussie over rechterlijke dwangsommen bij asielzaken zo gevoelig ligt.
Moet de overheid dit blijven betalen als eigen termijnen niet worden gehaald? Of moet het systeem op de schop en moet alle focus naar sneller beslissen?
Één ding is duidelijk: zolang beslistermijnen worden overschreden en rechters dwangsommen opleggen, kunnen de bedragen hard oplopen.



