Weet jij nog wat dit is? Alleen wie vóór 1990 is geboren herkent het meteen

Voor de meeste jongeren is met het ov gaan appeltje-eitje: even inchecken met je kaart of mobiel en je bent onderweg. Maar als je wat ouder bent, ken je nog een totaal ander systeem. Een klein stukje karton dat je zuinig bewaarde en liet afstempelen.

Dat was de strippenkaart, jarenlang het standaard kaartje voor bus, tram en metro.

Een vertrouwd ritueel bij elke rit

Met de strippenkaart reizen was niet zomaar instappen en gaan. Het hoorde bij een vast ritueel: je liep de bus in, speurde de stempelautomaat op en schoof je kaart erin.

Dan klonk er een duidelijke klik en verscheen er een stempel met datum en zone — pas dán was je rit echt begonnen. Dat hoorde er gewoon bij.

Zo werkte de strippenkaart

Op de kaart stonden rijen vakjes — de ‘strippen’. Hoe verder je ging, hoe meer van die vakjes je liet afstempelen.

Je moest zelf inschatten hoeveel je nodig had, gebaseerd op het aantal zones dat je passeerde. Het was dus niet alleen reizen, maar ook een beetje hoofdrekenen.

Waarom het verdween

Toen de OV-chipkaart en andere digitale oplossingen kwamen, werd reizen veel makkelijker en sneller. Weg gedoe met strippen tellen en stempels zetten.

Voor vervoerders werd betalen en controleren ook een stuk duidelijker. Zo verdween de strippenkaart langzaam maar zeker uit het straatbeeld.

Een herkenbaar stukje van alledag

Wie ermee is opgegroeid, krijgt meteen een golf van herkenning: het speuren naar een leeg vakje, het klikgeluid van de stempel en af en toe die lichte paniek of je nog wel genoeg strippen over had.

Perfect was het niet, maar het voelde wel lekker tastbaar en vertrouwd. Een simpel stukje karton dat stond voor onderweg zijn in een heel andere tijd.