Ver voor tablets, consoles en apps het buitenspelen overnamen, had je genoeg aan een stoep en een paar kleine dingetjes. Pekkels en bikkelen hoorden daarbij. Makkelijk om te beginnen, maar snoeihard zodra je het écht goed wilde kunnen.
Uitleg was overbodig. Iedereen kende het. En als je het niet wist, keek je gewoon even af.
Wat pekkels en bikkels precies waren
Het waren piepkleine spelonderdeeltjes. Soms van metaal, soms van steen en vroeger zelfs van echte botjes. Bikkels kwamen oorspronkelijk uit het sprongbeen van een schaap of geit. Later kwamen er glimmende metalen varianten die prettig zwaar aanvoelden in je hand.
Je speelde het met een klein balletje erbij. Dat was net zo onmisbaar als de pekkels zelf. Zonder bal geen spel.
Hoe je het speelde
Je wierp het balletje omhoog. Terwijl het nog in de lucht hing, griste je razendsnel één of meerdere pekkels van de grond. Daarna ving je de bal weer op vóórdat die neerkwam.
Klinkt makkelijk. Was het niet.
De uitdaging zat in de reeks. Eerst eentje. Dan twee. Daarna drie. Soms met extra regels, zoals geen andere pekkels aanraken of ze in een vaste formatie laten liggen. Ging je de fout in, dan was je beurt voorbij. Bleef je soepel en scherp, dan mocht je door.
Het draaide om focus, timing en een vaste hand. Geen kracht of snelheid, maar pure controle.

Op straat en op het schoolplein
Je kon overal pekkelen en bikkelen. Op de stoep. Op het schoolplein. Op de keukenvloer. Als er maar ruimte was om de bal de lucht in te gooien.
Het was stil genoeg voor binnen en perfect voor buiten. Geen herrie, geen gedoe. Alleen het tikken van metaal op steen en het zachte stuiteren van een bal.
Vaak stond er een kring kinderen omheen. Kijken. Wachten. Oordelen. Iedereen zag meteen wanneer iemand vals speelde.
Hoe het zo bekend werd
Vroeger had je niet veel speelgoed. Je speelde met wat er was. Daarom waren pekkels en bikkelen zo geliefd: goedkoop, bijna onverwoest en gemakkelijk mee te nemen in je zak.
Belangrijker nog: je had geen handleiding nodig. Oudere kinderen deden het voor, jongere keken af. Zo ging het door, generatie na generatie.
Iedereen had net zijn eigen draai eraan. Dat hield het levend.
Waarom het uit beeld raakte
Zoals zoveel simpele dingen verdwenen pekkels en bikkelen langzaam naar de achtergrond. Er kwam meer speelgoed, meer prikkels, meer schermen. Spelletjes waarbij je niet hoefde te wachten op je beurt of te oefenen om vooruitgang te boeken.
Pekkelen vraagt geduld. En dat is zeldzaam geworden.
Wat blijft hangen
Als je het ooit gespeeld hebt, voel je het meteen weer. Zomer. Knieën op de stoep. Die spanning als de bal nét niet valt.
Geen grootse spellen, geen heldenverhalen. Maar ze leerden je iets wat veel moderne games niet meer brengen: je wordt beter door te oefenen, mislukken hoort erbij en plezier kan in iets heel kleins zitten.
Een bal. Een paar stukjes metaal. En tijd.



